• Reconstructie
  • Johnny Beerens
  • Landschap
  • Experimenteren
  • Werken op papier
  • Grote werken
  • Muurschilderingen
  • Schilderijen
RECONSTRUCTIE

In het grensgebied tussen land en zee vindt Johnny Beerens de inspiratie voor zijn werken. Daar gaat hij op zoek en maakt hij voorstudies van de motieven die hij voor zijn beelden gebruikt. Daar verzamelt hij de materialen die hij in zijn zelfgeschepte papier verwerkt.

De werken die Johnny Beerens maakt zijn meer dan schilderijen. Het zijn reconstructies in verf, materie en zelfgeschept aquarelpapier. Zoals de zee, het zand en de wind de glooiing schuren,zoals de gletsjer zijn sporen op het gesteente achterlaat, zoals de sneeuw het landschap toedekt, zoals het zout de palen uitbijt en de boer zijn land bewerkt, zo behandelt Beerens de verf en de materie. Laag over laag en zeer doorwerkt creëert hij werken met een doorleefde verfhuid analoog aan hoe hij de werkelijkheid ervaart.

Beerens bouwt zijn werken op uit vele lagen en stukken door hem zelf geschept aquarelpapier. Met behulp van een zogenaamde Hollander, een speciale maalkuip naar een model stammend uit de zeventiende eeuw, maakt hij van oude lakens katoenpulp. Hij schept papier met verschillende structuren afgestemd op de beelden die hij voor ogen heeft. Hij geeft o.a. structuur aan het papier door er diverse materialen tijdens het schepproces in te verwerken. Deze toevoegingen zoals schelpen, schelpengruis, fossiele haaientanden, vulkanisch zand, stukken nylondraad afkomstig van aangespoelde visnetten worden eerst gezuiverd en gekookt. Vervolgens worden ze middels een door hem zelf ontwikkeld schepprocedé ingekapseld in het papier.

Met vele verschillende stukken aquarelpapier, afwisselend knippend, scheurend, plakkend en schilderend met aquarelverf, bouwt hij laag voor laag het beeld op. Steeds vaker combineert hij binnen één werk deze beeldopbouw met andere technieken, verfsoorten en ondergronden. Naast de opbouw in lagen papier worden bijvoorbeeld andere delen van het werk geschilderd met zelfgemaakte eitempera en olieverf, op een ondergrond samengesteld uit meerdere lagen hoogwaardig multiplex. Recentelijk maakt hij ook etsen waarbij het beeld is samengesteld uit vele afzonderlijke koperplaten. De afdrukken daarvan perst hij op zijn zelfgeschept en gestructureerd papier en op zelf gemarmerd papier. Overeenkomstig de gelaagde opbouw van zijn aquarellen ontstaan er zo etsen met een doorwerkt en gestructureerd oppervlak.

De ondergrond van zijn werken is niet slechts de drager van het beeld maar is zowel formeel als inhoudelijk daar een wezenlijk onderdeel van. Zijn thematiek, onderwerp- en beeldkeuze gekoppeld aan zijn experimentele werkwijze waarbij traditionele en ambachtelijke technieken binnen één werk verenigd worden maken het werk van Beerens authentiek, onderscheidend, eigenzinnig en vernieuwend.

JOHNNY BEERENS

Uit de gesprekken die ik had met Johnny Beerens komt een kunstenaar naar voren die in al zijn integriteit zoekt naar beelden die voor hem een eeuwigheidswaarde vertegenwoordigen. Die zoekt naar dat wat altijd blijft, dat wat tijdloos is. Beerens is op zoek naar het oerlandschap en legt dat bloot in de cultuurlandschappen die hem als mens van de twintigste eeuw omringen. Uit de high tech maatschappij filtert hij beelden om hun blijvende waarde. Dat wat onveranderlijk is en daardoor puur en zuiver, heeft zijn fascinatie. De beelden die het in zijn visie verdienen om vereeuwigd te worden, moeten al die eigenschappen in zich dragen. Van Beerens krijgen die beelden hun oorspronkelijke zeggingskracht weer terug omdat hij ze onverbloemd en ontdaan van alle tijdelijke tendensen weet neer te zetten.

Op zijn oorspronkelijke manier zoomt hij in op details van wat hij als oerlandschap herkent; kluiten omgeploegde aarde worden spectaculair door zijn intensiteit van kijken. Basaltblokken van een zeewering een massieve confronterende muur. De leegte in zijn landschappen accentueert hij door de afmetingen van zijn doeken. Het is een leegte die mij fascineert. Een leegte waarin niets afleidt zodat ik volledig op mezelf teruggeworpen word.Zoals de oermens op zichzelf teruggeworpen werd in zijn dagelijkse confrontatie met de wereld om hem heen…….

Tekstfragment uit catalogus 1998, Marjon Sarneel

Johnny Beerens
Oostburg 1966
Academie voor Beeldende Vorming, Tilburg 1988-1993

Johnny Beerens (1966) is het best bewaarde artistieke geheim van Zeeland. Als kunstcriticus volg ik hem vanaf het begin van zijn loopbaan. Beerens neemt in de schilderkunst een unieke plaats in. Door een zelf ontwikkelde werkwijze weet hij de illusionaire kracht van het tweedimensionale schilderij tot ongekende hoogte op te rekken. Hoewel dat op zich al een tour de force is, draait het in zijn werk inhoudelijk om de visie op landschap en natuur. Verder zoekt hij de schilderkunst verder te brengen en heeft zijn werk deels een conceptueel karakter. In bijgaand kort essay kunt u daarover meer lezen.

Beerens is bescheiden, heeft door zijn tijdrovende werkwijze een lage productie die vaak al direct verkocht wordt aan een klein aantal verzamelaars. Daardoor is hij niet in brede kring bekend, terwijl de aard en kwaliteit van zijn werk daar alle reden toe is.

De geschilderde en papieren huid van de werken, die op geen enkele afbeelding van het werk goed tot zijn recht komt, moet in werkelijkheid ervaren worden.

Nico Out, kunstcriticus PZC




JOHNNY BEERENS EN DE SUBLIEME VERBEELDING VAN HET LANDSCHAP

Op het eerste gezicht is Johnny Beerens (1966) een landschapschilder die nagenoeg alles wat er eerder in dit genre is gemaakt in de schaduw stelt. Dat vraagt om een toelichting. Die vindt u in het onderstaande. In tweede instantie is zijn werk ook los van het onderwerp een verder brengen van de schilderkunst zelf. Tenslotte heeft zijn schilderkunst een conceptuele dimensie. Ook deze aspecten hoop ik hieronder te onderbouwen.


Laat ik beginnen met wat je ziet als je voor een werk van Beerens staat. Je ervaart een visuele schok: het landschap lijkt levensgroot de ruimte binnen te zijn gekomen. Het grote formaat van het werk, vorm, kleur en vooral de rijke textuur heeft een buitengewone impact. De compositorische opbouw is bijna altijd gericht op het geconcentreerd tonen van een deel van het landschap dat exemplarisch is voor wat buiten beeld blijft. Het getoonde deel betreft altijd het aardoppervlak in al zijn variaties, waarbij de grens van land en water het meest voorkomt. Dat is logisch: Johnny Beerens is geboren en getogen aan de Zeeuwse kust, waar hij na zijn opleiding aan de Academie in Tilburg naar is teruggekeerd. Op de grens van land en water is de relatie van mens en natuur die door het oeuvre van Beerens heen speelt scherp zichtbaar. Paalhoofden breken de golven, met basalt bedekte dijken houden het water buiten de polders waarvan het oppervlak bestaat uit brokken klei. Beerens suggereert hun aanwezigheid door een scala aan kleurnuances, raak neergezet, zó dat er een bijna tastbare illusie wordt opgeroepen. Die is mede zo sterk omdat Beerens stukjes steen, stro of schelpresten opneemt in zijn schilderijen. Aanvankelijk werkte hij alleen met tempera en olieverf, later gebruikte hij die ook samen met dikke lagen acryl vermengd met materie. Doek werd vervangen door paneel en inmiddels bouwt Beerens zijn composities op uit tientallen stukken zelfgeschept papier waardoorheen hij materialen mengt die hij meeneemt van de plek die hij als onderwerp kiest. Het papier heeft zelf ook al een textuur, het is rafelig, pukkelig of korrelig. Maar ook gladde oppervlakken, zoals stilstaand water komen tot leven door scherp waargenomen kleur- en vormverschillen van wat onder en boven water is en door perfect weergegeven spiegelingen.

Van wezenlijk belang is in het werk van Beerens is dat de ondergrond niet enkel de drager van het beeld is maar er een wezenlijk deel vanuit maakt. Ook dit draagt er toe bij dat hij niet een traditionele doorkijk op het landschap toont (het schilderij als venster), maar veeleer een reconstructie maakt, een op zich zelfstaand beeld (het schilderij als object). Daarom zitten er ook geen lijsten rond zijn werk. Als bij een sculptuur zien de werken er bij verschillend licht er telkens anders uit. Ook wat dat betreft is het landschap nooit het doel op zich, maar slechts het uitgangspunt.

Ondanks het perfectionisme dat de werken uitstralen, bruisen ze van leven omdat Beerens nergens de slaaf is van de stofuitdrukking. Hij combineert het oproepen van een illusie met aandacht en gevoel voor het schilderen zelf. Dat leidt tot een evenwicht tussen het puur schilderkunstige en de weergave van tastbare materie. Op afstand én van dichtbij biedt Beerens een intense beleving.

Die hangt niet alleen samen met het hoe van de schilderkunstige aanpak. Het indrukwekkende van zijn landschappen wordt ook bepaald door wàt Johnny Beerens toont. Ik noemde al de geconcentreerde uitsnede, de grens tussen land- en water, de aarde zelf, met soms sporen van het menselijke streven de kracht van de natuur in te dammen. Als een rode draad loopt het ongenaakbare van de natuur door zijn werk heen. Of het nu de rotsen zijn die hij aan de Noorse kust zag, reusachtige kiezelstenen, door eindeloos rollen en slijpen van het water van hun scherpe kanten ontdaan, of de grootse, golvende akkers bij Siena waarin de geschiedenis van het transformeren van rotsen in aarde samengaat met de verwijzing naar het gebruik van de aarde door de mens. Met de in bladgoud uitgevoerde strook lucht voegt Beerens nog een betekenislaag toe: die van de cultuur. Het goud van de schilderingen van Duccio voor de kathedraal van Siena verbindt de spirituele ervaring van de middeleeuwse mens met die van de mens van nu. Johnny Beerens weet het sublieme dat in de 18e eeuw de benaming werd voor een overstijgende natuurervaring in een eigentijdse vorm te gieten.

Zijn werk overstijgt het schone, dat je tot rust kan brengen. Het sublieme in zijn werk is de bedreigende ervaring dat de aarde en de krachten die zij weerspiegelt groter zijn dan wijzelf. Dat overweldigende zit ook in het werk van Beerens. Als je ervoor staat krijg je het gevoel dat er iets onmogelijks heeft plaatsgevonden. Dat je iets ziet wat in de kunst zijn weerga niet kent. Zo verenigt Beerens het sublieme in wàt hij toont en in hoe hij het toont. Dat maakt zijn werk tot grote kunst. In zijn verbeelding van het ongenaakbare van de natuur is Johnny Beerens de Lucian Freud van de landschapschilderkunst. Zoals Freud de huid van het model samen laat vallen met het verfoppervlak, slaagt Beerens erin de textuur van het landschap en die van zijn schilderij te spiegelen.

De conceptuele dimensie van het werk van Beerens ligt in het combineren van de illusie met het doorbreken ervan. Zonder iets af te doen aan de esthetische ervaring die zijn werk oproept onthult hij steeds dat het een creatie is: je ziet van dichtbij dat het oppervlak van de voorstelling bestaat uit stukken papier. En in een luchtbel in het werk ‘Waterspiegel’ zie je de kunstenaar weerspiegeld; niet buiten - wat je zou verwachten - maar binnen, in zijn atelier. Het lijkt dat Beerens zijn spiegelbeeld verwerkt in de traditie van het spiegelbeeld dat Jan van Eyck opnam in het portret van Arnolfini en zijn vrouw uit 1434. Waar Van Eyck echter als getuige in de deuropening van de kamer staand het werkelijks- en waarheidsgehalte van de voorstelling benadrukt doet Beerens dat met zijn spiegelbeeld ook, maar ondergraaft hij tegelijkertijd het waarheidsgehalte door de voorstelling in het atelier te plaatsen en dus als een product van de artistieke verbeelding voor te stellen. Een ander conceptueel aspect van Beerens werk is daarmee onthuld: het gaat erom dat het medium schilderkunst het idee of concept zo goed mogelijk dient. Het draait bij hem er niet om dat hij de toeschouwer verleidt, een rad voor ogen draait en meeneemt in een illusie. Hij zet letterlijk aan tot reflectie, tot stilstaan bij waar het in het werk om gaat: de overweldigende kracht van de natuur én die van de kunstenaar als interpreterende herschepper. Het unieke van Beerens is dat hij de afwijzing van het traditionele schilderij door de conceptuele kunst doorbreekt en in zijn schilderkunst zowel het uiterste verkent van de afbeeldende voorstelling als de zuiverheid van het concept. Een laatste conceptuele dimensie ligt in de positie van zijn werk ten opzichte van de digitale, virtuele werkelijkheid. Een schilderij van Beerens is niet dé werkelijkheid, maar maakt er deel vanuit, net zoals de virtuele werkelijkheid dat doet. Het verschil ligt in de relatie die Beerens legt met de fysieke en tactiele ervaring: als basis voor het werkproces van de kunstenaar én voor de beleving van de toeschouwer. Daarmee kiest hij een positie die ook buiten de kunst van belang is. Hij bepleit impliciet de waarde van de directe, authentieke, persoonlijke ervaring als basis voor het zich verstaan met de werkelijkheid en zoekt naar een synthese tussen het persoonlijke en het universele, het subjectieve en het objectieve, tussen emotie en rede.

Nico Out, april 2010
TRADITIE EN EXPIRIMENT

Ik ben niet op zoek naar anekdotes, sterker nog: ik mijd in mijn werk het anekdotische. Het zijn verzelfstandigde beelden, bijna altijd ontstaan uit een schilderkunstige opgave.

Mijn werk sluit zeker aan bij de traditie van de schilderkunst en ambachtelijkheid speelt in mijn werk dan ook een rol. Maar het experimenteren met nieuwe materialen en technieken is wezenlijk. De vorm moet daarbij wel dienstbaar zijn aan de inhoud, aan datgene wat ik wil uitdrukken. De keuze voor materialen komt direct voort uit wat ik ervaar en wil verbeelden. Het technische moet het beeld iets extra’s geven. Niet voor een bijzonder effect natuurlijk of als maniertje.

Ik experimenteer veel, onderzoek nieuwe mogelijkheden en combinaties van traditionele technieken en materialen die me kunnen helpen bij wat ik wil uitdrukken. Nooit zoek ik iets in het wilde weg, ik kijk naar mogelijkheden waarvan verwacht kan worden dat ze technisch verantwoord zijn. Ik ben niet op zoek naar vluchtige beelden of naar momentopnames.

De groeiprocessen, de invloed van de getijden, het weer, de wind, wat de mens zelf teweegbrengt in het gebied tussen (zee)water en land – dat fascineert me en daar ligt voor mij de schilderkunstige opgave. In dat grensgebied ligt mijn territorium.

Uit Johnny Beerens, Op de grens van land en zee, Lo van Driel 2009
WERKEN OP PAPIER - Aquarellen met een doorleefde verfhuid

Aanvankelijk schilderde ik relatief gladde schilderijen op doek of paneel, opgezet met zelfgemaakte eitempera en afgewerkt met olieverf. Gaandeweg ontstonden er schilderijen waarin ik met behulp van acrylverf vermengd met materialen steeds meer structuur in de verflagen aanbracht. Over deze ruwe en grove opzet schilderde ik dan vervolgens steeds meer nuances, opgebouwd in diverse lagen zelfgemaakt eitempera en olieverf. De verfhuid in mijn schilderijen is niet enkel formeel maar ook inhoudelijk een steeds grotere rol gaan spelen. Zo de boer zijn land bewerkt, hoe de wind, het water en het zand keer op keer de zeewering schuren, zo bewerk ik de verf. Laag over laag bouw ik mijn schilderijen op. Ik breng verf aan en schraap en schuur verf weg, ik meng diverse materialen zoals zand, gemalen glas, marmerslijpsel, schelpen en schelpengruis door de verf.

Sinds 2001 heb ik kans gezien om op eigen en authentieke wijze ook in een serie grote aquarellen eenzelfde soort huid te creëren. Voorheen dienden mijn aquarellen enkel als voorstudie voor mijn schilderijen.
Omdat aquarelverf als zodanig geen verffilm kent waarin materialen vermengd kunnen worden bouw ik een gestructureerde huid op vanuit de drager zelf; het aquarelpapier.

Door verschillende soorten aquarelpapier met verschillende structuren, texturen, tinten en uiteenlopende eigenschappen qua verfopname samen te voegen in één aquarel, door over en weer aquarelverf aan te brengen, weg te wassen, weg te krassen, door lagen papier in vorm te knippen en te scheuren en toe te voegen, bouw ik aquarellen op met een doorleefde huid. Dit wordt nog versterkt door het gebruik van door mijzelf geschept- en gevormd aquarelpapier waarin ik allerlei materialen verwerk zoals schelpen, schelpengruis, zand etc. Materialen die ik voorheen toevoegde aan mijn verf. Maar ook materialen zoals b.v. gekleurd nylondraad afkomstig van aangespoelde visnetten, granulaat, glaspoeder en vulkanisch zand. Ook verwerk ik afhankelijk van het beeld stukken zelfgemarmerd aquarelpapier en bladgoud in het werk.

In het werk “Buitendijkse tuin” heb ik i.p.v. met verschillende lagen aquarelpapier het beeld vanuit de ondergrond zelf opgebouwd met verschillende lagen hoogwaardig triplex, Daarover heen heb ik het beeld verder opgebouwd met dikke lagen acrylverf vermengd met schelpen, kiezels, zand, marmerslijpsel en schelpengruis. Vervolgens met vele lagen eitempera en olieverf het beeld verder uitgewerkt. Recentelijk ( in “Verdronken land VI”en “Kerend tij”) combineer ik ook verschillende materialen en technieken in een beeld. Gedeeltes in acrylverf, eitempera en olieverf op doek en/of paneel gecombineerd met delen opgebouwd met diverse lagen zelfgeschept aquarelpapier en aquarel.

In mijn werk is de manier van schilderen en de opbouw van het beeld onlosmakelijk verbonden met mijn thematiek. Alle materialen en behandelingen, van de ondergrond tot en met de laatste lagen verf vormen een wezenlijk onderdeel van mijn beeldende proces. Als ik daarbij uit zou gaan van bijvoorbeeld een bestaand standaard doek of vel papier zou ik veel mogelijkheden uitsluiten en zouden mijn beelden minder intens zijn. De ondergrond is daarbij een wezenlijk onderdeel van het beeld en is niet slechts de drager van het beeld.

Johnny Beerens
GROTE PROJECTEN

Evenals de muurschilderingen zijn ook deze grote projecten gefinancierd door opdrachtgevers.Opdrachtgevers die mij ook hier volledige vrijheid gaven in idee en ontwerp. Ik werd door hen uitgenodigd om voor een bepaalde muur of locatie een idee en ontwerp aan te leveren. Nadat ik hun instemming had voor mijn voorstellen kon ik aan het “grote”werk beginnen. Anders dan de (ontwerpen voor) de muurschilderingen staan deze werken nog veel meer op zichzelf en verschillen ze enkel met mijn andere autonome werk doordat de vorm en het formaat bepaalt werd door de plek waarvoor het werk bestemd is. In mijn idee en ontwerp voor deze werken laat ik de plek waar deze werken worden geplaatst wel een rol spelen, de werken krijgen een meerwaarde op de plek waarvoor ik ze ontworpen heb, maar tegelijkertijd hecht ik ook belang aan de autonome waarde van deze werken. “Veld van hoop en liefde” in de Heineken-brouwerij vormt inhoudelijk maar ook qua vorm en kleur zowel een contrast als een aanvulling op de high tech omgeving waarin het geplaatst is.

Techniek Veld van hoop en liefde;
Acrylverf, zand, marmerpoeder en olieverf op paneel.

Techniek Buitendijkse tuin;
Acrylverf, zand, schelpengruis, schelpen, grind, eitempera en olieverf op een ondergrond opgebouwd uit verschillende lagen en in vorm gezaagde stukken hoogwaardig multiplex.

Techniek Voetsporen
Acrylverf en zand op paneel

Techniek Drieluik Nederlands Hervormde Kerk
Acrylverf, zand, grind, bladgoud, eitempera en olieverf op paneel

MUURSCHILDERINGEN

Over vorm en inhoud(Johnny Beerens 1995)

Mijn idee en ontwerp voor de muurschildering op de watertoren in Oostburg is veel meer dan enkel een versiering of verfraaiing van het gebouw. Het is een autonoom werk dat zowel formeel als inhoudelijk een relatie aangaat met het gebouw waarop het is aangebracht. Schildering en toren worden zo onlosmakelijk met elkaar verbonden, vormen samen het kunstwerk.

De betekenis van het beeld gaat veel dieper dan enkel een lekkende watertoren. De vorm van de barst en druppels zijn bewust geënt op het wondteken in de borst van de gekruisigde Christus zoals dat eeuwenlang in de schilderkunst is afgebeeld. Op enkele vissen uit mijn serie “Anonieme Vissers” zijn ook een wond met bloeddruppels te zien als detail. In het ontwerp voor de muurschildering op de watertoren heb ik getracht het stigma uit te werken tot een monumentaal en op zich zelf staand beeld met universele zeggingskracht en eeuwige geldigheid. Het beeld sluit volledig aan bij mijn oeuvre en komt daar ook uit voort.

Uit de “wonde” in de toren vloeien druppels water, water de bron van alle leven. De verwijzing naar de bron des levens wordt versterkt door de reflectie van de zee in de druppels. Water in de vorm van een kleine druppels die stromen naar de grote zee. Een symbool voor de kringloop van het leven. Maar door de het stigma te combineren met transparante druppels ontstaat er wellicht ook de associatie met tranen.

Vanwege de universele betekenis, de puurheid en de zuiverheid die ik het werk heb willen meegeven heb ik de heb ik de weerspiegeling van mijzelf in de druppels bewust achterwege gelaten. Een uitzondering daarop vormt de onderste druppel. Bij wijze van signatuur heb ik uiteindelijk besloten daar heel miniem een reflectie van mijzelf als maker in af te beelden.

Johnny Beerens - De muurschilderingen (Marjon Sarneel 1998)

Van een heel andere orde dan zijn schilderijen op doek en werken die hij opbouwt uit vele lagen en stukken zelfgeschept aquarelpapier en toch in het verlengde daarvan zijn de monumentale muurschilderingen van Johnny Beerens die hij in de jaren negentig ontwierp en realiseerde. Deze werken zijn ontstaan vanuit inschrijving op een open opdracht voor een kunstwerk binnen de gemeente Sluis. Beerens leverde ontwerpen aan voor muurschilderingen van een gigantisch formaat op door hemzelf uitgekozen locaties.

Bij Johnny Beerens zal de beschouwer tevergeefs zoeken naar verhalend of politiek getinte voorstellingen. Beerens’ volkomen autonome muurschilderingen van extreem groot formaat vormen een eigenzinnige uitzondering tussen geabstraheerde vlakvullingen en decoraties. Bij hem staat de relatie tussen beeld en gebouw voorop. Die relatie wordt benadrukt en versterkt door zijn figuratieve beelden met vloeiende schilderachtige overgangen van licht naar donker die niet alleen door hun afmetingen imponeren. De keuze van de motieven, het wondteken op de toren en de broden en de vissen op de silo, maakt zonneklaar dat Beerens meer te zeggen heeft met zijn muurschilderingen.

Lekkende watertoren (Marjon Sarneel 1998)

Een eerste oogopslag toont een lekkende watertoren. Vanuit een barst onder de kraag van de toren lopen druppels naar beneden. Die barst is opzettelijk zodanig geschilderd dat de relatie met een vleeswond evident is. Al zou ik willen, ik kan ook hier niet om de bijbelse symboliek heen. Het beeld van de gekruisigde Christus dringt zich op. Maar als ik in de druppels die langs de wand lopen de reflectie van de zee ontwaar, besef ik dat deze schildering universeler is dan die op het eerste gezicht lijkt.

De voorstelling raakt me diep van binnen. Elke keer als ik onderaan die toren sta voel ik mij naakt. Word ik aangeraakt door de herkenning van de universele pijn van de mensheid. Tegelijk veroorzaakt het kunstwerk een schokkende confrontatie met mij eigen intiemste gevoelens. Maakt het een verbinding met mijn ziel waar diep verborgen de stigmata liggen die een mens tijdens zijn leven oploopt.

De stoere toren staat voor mij voor de buitenkant van de mens met zijn masker voor en zijn pantser om. Beerens’ beschildering voor de zichtbaar gemaakte kwetsbaarheid. Bewust of onbewust ervaart iedere beschouwer dit. In dat licht is het niet verwonderlijk wanneer de druppels met tranen verward worden.
SCHILDERIJEN

Gaandeweg zijn het land, de oogst, de nagelaten sporen van het werk op het land en de zeeweringen beeldbepalende motieven geworden. De intensiteit de Beerens in deze doeken en tekeningen legt, komt tot uitdrukking in de behandeling van het materiaal. Laag over laag geschilderd, in eitempera, zand en olieverf, vermengd met gemalen schelpen, en afwisselend transparant en dekkend bouwt Beerens schilderijen op met een doorleefde huid. De afwezigheid van de bewerker van het land wordt voelbaar in zijn lege landschappen. In zijn schilderij ‘’zeewering’’ heeft Beerens een volgende consequentie getrokken uit zijn fascinatie voor de motieven uit dagelijkse omgeving. De frontale aanblik van tientallen basaltblokken wordt in dit doek een tastbaar eerbetoon aan het gemaakte landschap. Het gevolg is dat zijn landschappen een sacrale waarde krijgen toebedeeld. (houtskool) tekeningen van een aantal balen met aardappelen of van tractorsporen in het land lijken laat –twintigste eeuwse echo’s van Vincent van Gogh. Beerens draagt geen verloren, nostalgische boodschap uit, maar legt de eeuwige waarden en vooral de sublieme kracht van het landschap en de menselijke sporen op verstilde en eigenzinnige wijze vast. Beerens gunt ons hiermee een onverwachte blik in de leegte

Tekst; Frank Hoenjet, conservator Gemeente Museum Helmond